Kloosterbuuren

Verkaveling, buitenruimte- en woningbouwontwerp voor een woonbuurt rondom een katholieke kerk en kloostergebouwen in de Bossche School

Voor het stedelijke vernieuwingsgebied in de Haagse Moerwijk is een woningbouwplan rondom een katholieke kerk, een paterhuis en een fraterhuis gemaakt. Alle religieuze gebouwen zijn in de karakteristieke Bossche Schoolarchitectuur gebouwd. Het zijn solide gebouwen, opgetrokken in zwaar metselwerk. Voor het project bedacht projectontwikkelaar ERA Contour de toepasselijke naam Kloosterbuuren.

De randen van het gebied volgen de lange lijnen van de Moerwijk, die in de jaren 1940-’50 door W.M. Dudok zijn ontworpen. Het hart van de nieuwe buurt is echter kleinschalig en afgestemd op de bestaande gebouwen.

Door de architectuur, de verkaveling en de buitenruimte in een hand te houden is een bijzondere samenhang bereikt. Dat blijkt vooral uit het materiaalgebruik. De bestaande gebakken bestratingsmaterialen en betonornamenten worden hergebruikt. Het kerkplein zal worden voorzien van muren en plantenbakken in ruw beton. Siergras en paarskleurende amberbomen dragen bij aan het stemmige materiaalpalet van het kerkplein. Het metselwerk van de woningen vult de aardse tinten van het Bossche Schoolensemble aan. Alle praktische noodzakelijkheden, variërend van de molgoten, de afvoerputten, de lichtmasten, vuilcontainers tot de tuinmuren en -hekken zijn nauwkeurig ingepast in de verkaveling. De bestaande straten zijn opnieuw ingericht. De Grovestinsstraat kreeg een laanprofiel met volwassen beuken waar ook de omringende trapportiekwoningen van profiteren.

Een voorstudie van het project werd gepubliceerd in HvdH’s boek Architectuur in de kapotte stad als voorbeeld van zijn benadering van ontwerp en onderhandeling in het stadsontwerp. Op Archined verscheen een recensie van Elmar Koers. Het project ontving de Bijzondere Vermelding van de Fritz Höger Preis 2020.

Opdracht: ERA Contour/ Haagwonen/ Gemeente Den Haag/ Waterpas, 2006-2016

 

 

 

 

 

Video van Stefan Müller en bewoner Tom van den Dool