Tuindorp Kethel Schiedam

Renovatie van twee complexen naoorlogse rijwoningen in Schiedam Kethel in samenwerking met de bewonerswerkgroep

Het onderzoek naar verschillende interventiemogelijkheden had laten zien dat de bewoners van het complex zich hun tuinen en hun interieurs succesvol hadden eigen gemaakt en dat de vernieuwingsoperatie zich hiervan grotendeels afzijdig kon houden.

Toen de woningen in 1951 werden gebouwd was het verboden om de achtertuinen te bebouwen. Daarom lagen de fietsenbergingen in de woning. Er waren geen voortuinen, maar collectieve perkjes. Al na zo’n tien jaar werden de perkjes ‘gekraakt’ en tot voortuin gemaakt. De achtertuinen werden bebouwd, aanvankelijk voorzichtig met kolenhokken, later met  schuurtjes. De fietsenberging werd de inpandige fietsenberging bij de woning getrokken door de meeste huurders en als keuken ingericht. In de jaren ’70 werden de vensters met roeden vervangen door aluminium kozijnen en werden de hekjes voor de Franse balkons verwijderd. De renovatie van 2002 bestendigde de toeëigening van de woningen.

Ingezet werd op de gevelbekleding van de huizen. Deze verbetert de warmteisolatie en brengt de verfijnde originele architectuur in herinnering . De plannen zijn in nauwe samenwerking met de door de bewoners opgerichte Werkgroep Groot Onderhoud gemaakt. Er zijn twee proefblokken gemaakt. Hierdoor kon de aannemer de uitvoering gericht voorbereiden en konden de bewoners het ontwerp in de realiteit beoordelen. Naar aanleiding van hun opmerkingen zijn diverse aanpassingen gedaan.

Over dit ontwerpproces publiceerde HvdH het boek ‘Tuindorp Kethel, noddy, noddier, noddiest’. Het project was finalist voor de World Habitat Award 2006 die door de VN is ingesteld en werd tentoongesteld in Suitcase Gallery in Berlijn.

Opdracht: Woonplus, Schiedam i.s.m. Werkgroep Groot Onderhoud, 1998-2001

Fotografie: Piet Rook, Vlaardingen