Kethel

De renovatie van 241 rijwoningen in Schiedam Kethel concentreerde zich op de gevelbekleding. Het onderzoek naar verschillende interventiemogelijkheden had laten zien dat de bewoners van het complex zich hun tuinen en hun interieurs succesvol hadden eigen gemaakt en dat de vernieuwingsoperatie zich hiervan grotendeels afzijdig kon houden.

Toen de woningen in 1951 werden gebouwd was het verboden om de achtertuinen te bebouwen. Daarom lagen de fietsenbergingen in de woning. Er waren geen voortuinen, maar collectieve perkjes. Al na zo’n tien jaar werden de perkjes ‘gekraakt’ en tot voortuin gemaakt. De achtertuinen werden bebouwd, aanvankelijk voorzichtig met kolenhokken, later met  schuurtjes. De fietsenberging werd de inpandige fietsenberging bij de woning getrokken door de meeste huurders en als keuken ingericht. In de jaren ’70 werden de vensters met roeden vervangen door aluminium kozijnen en werden de hekjes voor de Franse balkons verwijderd. Met de renovatie van 2002 werd de toeëigening van de woningen bestendigd.

Ingezet werd op een bekleding van de huizen, die de thermisch prestatie verbetert en de verfijnde originele architectuur in herinnering brengt. De plannen zijn in nauwe samenwerking met de door de bewoners opgerichte Werkgroep Groot Onderhoud gemaakt. Er zijn twee proefblokken gemaakt. Hierdoor kon de aannemer de uitvoering gericht voorbereiden en konden de bewoners het ontwerp in de realiteit beoordelen. Naar aanleiding van hun opmerkingen zijn diverse aanpassingen gedaan.

Over dit ontwerpproces publiceerde HvdH het boek ‘Tuindorp Kethel, noddy, noddier, noddiest’. Het project was finalist voor de World Habitat Award 2006 die door de VN is ingesteld en werd tentoongesteld in Suitcase Gallery in Berlijn.

Opdracht: Woonplus, Schiedam i.s.m. Werkgroep Groot Onderhoud, 1998-2001