Boijmans

16 januari 2020 – Als ex-Rotterdammer volg ik de verbouwingsplannen van het museum Boijmans. Deze week publiceerde het Rotterdamse architectuurcentrum AIR een video van mijn lezing over het gebouw in de Arminiuskerk. Mijn maandelijkse Timmermansoog voor Architectenweb gaat over hetzelfde onderwerp.

Boijmans is een van de mooiste gebouwen die ik ken. Ik heb er het werk van Donald Judd ontdekt (1993). De installatie van Walter de Maria in de Bodonzaal (1984) staat in mijn geheugen geprent. Sommige vakgenoten zijn bezorgd over de verbouwings- en sloopplannen, zie bijvoorbeeld de ingezonden brief van mijn vriend prof. Paul Vermeulen. Geen tabula rasa voor het museum, vindt Paul, en terecht. Ook de diverse uitbreidingen van het museum doen ertoe. En dit is geen tijd om lichtzinnig tot sloop over te gaan. Ondertussen probeer ik te begrijpen waarom ik zo aan het oude Boijmans gehecht ben.

Toen ik voor het architectuurcentrum AIR de debatreeks ArchitectuurCases mocht programmeren heb ik samen met collega’s uit de stad gestudeerd op de Rotterdamse baksteentraditie in het interbellum. Die is niet heel bekend, het bombardement van 1940 heeft daaraan bijgedragen. Het in 1936 gerealiseerde Boijmans gebouw was een hoogtepunt van die traditie. De ontwerper Ad van der Steur speelde een hoofdrol in de gerieflijke baksteenstad waaraan Rotterdam bouwde.

Naar aanleiding van de onrust over de verbouwing organiseerde datzelfde AIR een debat dat op 10 december plaatsvond onder de naam ‘Kijken naar Boijmans’. AIR nodigde mij uit om te vertellen over Van der Steurs oorspronkelijke Boijmans. Ik koos de invalshoek van de praktiserende architect, hetgeen wat anders is dan het perspectief van een historicus, bouwtechnicus of monumentenzorger. Van der Steur lijkt geëxperimenteerd te hebben met het dubbelhoftype dat in de Italiaanse renaissance in zwang kwam bij het ontwerp van stedelijke woongebouwen, palazzi. Er is in ieder geval sprake van een vierkant representatief hof en een veel minder gaaf expeditiehof. Mijn stelling is dat veel van de veronderstelde tekortkomingen zijn terug te voeren op de manier waarop Van der Steur met het dubbelhoftype omging.

Klik hier voor de video van mijn lezing bij AIR.

Klik hier voor de column op Architectenweb.