17 februari 2026 – Waarom roepen artikels over schoonheid in de architectuur en ornamenten zoveel reacties op? Zodra daar eindelijk iets over geschreven wordt, klimt een deel van de vakgemeenschap in de pen om het failliet van de architectuur uit te roepen. Het architectuurgesprek is veel te vaak een woordspel. Zonder veel nuances wordt een term als schoonheid gereduceerd tot een containerbegrip voor vage ontwerpuitspattingen. Ex-directeur van het Architectuurinstituut en hoogleraar Ole Bouman had het op LinkedIn zelfs over de ‘suffige hoe-vraag’ van de architectuur.

Met zulke critici heeft de architectuur geen vijanden meer nodig.

Samen met Job Floris schreef ik een opiniestuk over die alledaagse hoe-vraag. Architectuur als woordspel negeert volgens ons de ervaringskennis die nodig is om architectuur te maken. Het primaat van de architectuur ligt echt niet bij de kritiek, maar in de praktijk. De hoe-vraag vormt het bestaansrecht van ons vak – het materialiseren van gebouwen – al duizenden jaren.

Vandaag online op de website van De Architect, met dank aan Stephen Taylor en Jan Peter Wingender, Ard de Vries, Moriko Kira, Jaap-Jan Berg (Design-by-Thinking-of-the-Making).

Beeld: Plashet Court Mansions, Londen, ontwerp Stephen Taylor Architects