British Pavilion 16

Inrichtingsvoorstel voor het Britse Paviljoen op de 15de Architectuurbiënnale 2016

Het doel van de tentoonstelling was om hedendaagse stedebouwkundig Catch-and-Steer ontwerpmethoden onder de aandacht te brengen. Deze stedebouw kan begrepen worden als een tweeledige activiteit: het vangen van uiteenlopende wensen en investeringsstromen en het zodanig sturen daarvan dat zij elkaar ondersteunen en versterken. Britse voortrekkers, zoals het bureau East, baseerden deze methode niet zozeer op idealisme en vormwil, maar op pragmatiek, realisme en plaatsgebondenheid. Zij betwisten het idee dat in de ogenschijnlijk verlammende non-plan toestand van de stad stedebouwkundige interventies van betekenis meer mogelijk zijn.

Dit soort projecten zijn sterk procesgestuurd en vertonen geen helder auteurschap. Meestal is eerder sprake van een overvloed aan beelden dan van een gereduceerde iconografie. Dat stelt eisen aan de presentatie. Daarom zou een mix van video en beelden gebruikt worden, waarbij projecten elk een kamer van het Britse Paviljoen zouden vullen. Een video van de stedelijke activiteit na de oplevering van de projecten zou op alle muren geprojecteerd worden. Kleine rechthoekige ‘uitsparingen’ leverden de ruimte voor een beperkte hoeveelheid foto’s, materiaalmonsters, kaarten e.d. om de projecten te illustreren.

Natuurlijk werd een element van verwarring in de ‘figuur-achtergrond’ verhouding tussen het tentoongestelde object en zijn omgeving opgezocht. Elke kamer had zijn eigen kleurnuance: de videos en de kleur die elke video inkaderden waren met elkaar verbonden. Elke kamer was anders gecodeerd- hetgeen uiteindelijk hyper-architectonisch is. Het resultaat was een installatie die evocatief was, eerder dan uitleggend en communicatief, eerder dan beschrijvend.

Het voorstel is gemaakt met Jan van Grunsven en is gebaseerd op HvdH’s onderzoek Catch en Steer, ondersteund door het Stimuleringsfonds voor Creatieve Industrie.