6-Hoog

6-Hoog is een complex galerijwoningen uit 1965 met lage huren. Het beleid van woningcorporatie Woonbron is gericht op de huisvesting van kleine huishoudens aan de onderkant van de woningmarkt. Woonbron levert sociaal-economische hulp en aanvullende diensten, via een zogenaamde buurtregisseur, en is bereid daar investeringen in tijd en geld voor te doen (bijvoorbeeld assistentie aan alleenstaande moeders in de vorm van onderwijs en kinderopvang). Er bestaan relaties met lokale zorgleveranciers.

Gekeken is naar woningverbeteringen die bij wisseling van huurder kunnen worden doorgevoerd. Hierdoor verloopt de programmatische wijziging in het complex via een willekeurig ‘stippenpatroon’. De instroom van nieuwe huurdersgroepen is van buiten niet te herkennen. De eisen van Woonkeur (een kwaliteitscertificaat voor nieuwe woningen en inmiddels ook bestaande bouw) dienden als referentie. De indeling van de woningen blijkt aanmerkelijk te kunnen worden verbeterd. Maar het volledige pakket van een woonkamer, keuken, twee slaapkamers en een badkamer die geschikt is voor thuiszorg zijn niet in deze woning onder te brengen. Er ontstaan echter mogelijkheden als de Woonkeur eisen worden losgelaten en er wordt geredeneerd uit concrete behoeften. Twee voorbeelden hier-van zijn de woningen voor bewoners met niet aangeboren hersenletsel (NAH) en oudere migranten.

De natuurlijke kwaliteit van deze woningen is een grote tweekamerwoning of een kleine driekamerwoning. Er zijn openplattegronden denkbaar die de kleine maat van de woning zoveel mogelijk compenseren. De slaapkamer heeft in dat geval overmaat en ligt in de brede beuk. Via een schuifdeur is een visuele relatie met de woonkamer mogelijk. De smalle beuk dient voor de entree en levert een annex aan de woonkamer.

Daarnaast is een plattegrondvariant denkbaar die juist uitgaat van maximale privacy binnen de woning. Keuken, woon- en slaapkamer zijn van elkaar gescheiden en komen uit op de gang. Hier heeft de keuken overmaat en is feitelijk een tweede woonruimte. Het compromis wordt in de hoofdslaapkamer gevonden: deze voldoet niet aan de moderne eisen. Rolstoelgebruik is in beide gevallen mogelijk.

Aanvullende Arbo eisen voor verkeersruimten en badkamers leggen echter een zwaar beslag op het woonoppervlak. Door aan te knopen bij de badcultuur van sommige mediterrane bewoners ziet Woonbron andere mogelijkheden. De kleine woningen achter de trappenhuizen kunnen geschikt worden gemaakt als badhuis. Deze kunnen zeer goed worden geoutilleerd, waardoor de dagelijkse zorg deskundig kan worden uitgevoerd. Tegelijk ontstaat een kwalitatieve en maatschappelijke meerwaarde.

Aanpassingen op blokniveau ontstaan uit de thematiek van de geboden zorgdiensten. In beide gevallen ziet Woonbron mogelijkheden om de mobiliteit van bewoners te verbeteren door het aanbieden van shuttlebusdiensten. Om deze reden is een bepaalde mate van clustering wenselijk. Dit past ook in de categorisering van leefstijlen die Woonbron gebruikt en de efficiency van de zorg-leverancier. Gezocht is naar een ontwikkelingsperspectief van het complex waarbij programma en locatie elkaar versterken. Hierbij wordt verschil gemaakt tussen een meer stedelijk cluster rondom een pleintje in de zuidoostelijke hoek van het complex en tuinachtige clusters bij de gebouwen die direct aan de snelweg liggen.

Rondom het pleintje kunnen aanvullende zorgfuncties worden georganiseerd in de onderbouw van de gebouwen. Gedacht kan worden aan een sociaal restaurant, kleinere en grotere medische of maatschappelijke voorzieningen. Het plein zelf kan worden voorzien van een halte voor de shuttle- en reguliere lijnbus. De wachtruimte en de benodigde voorzieningen voor het veilig en comfortabel in- en uitstappen van ouderen en mindervaliden is architectonisch uitgewerkt. Er is een klein gebouw met een luifel en wachtruimte getekend, dat het plein als ontmoetingsplek ondersteunt.

Door het uitbouwen van de tuinclusters wordt het mogelijk om de gebouwen op de openbare weg te oriënteren. Een laag gebouw met een luifel strekt zich uit en vormt een kiss-and-ride gebied.

Het voorafgaande onderzoek ‘Sleutelen aan naoorlogs vastgoed’ is uitgevoerd met financiele hulp van het Stimuleringsfonds Creatieve Industrie. De resultaten zijn i.s.m. Like Bijlsma en Eileen Scheurs (SUBoffice architecten) gepresenteerd op de studiemiddag Nieuw realisme in de naoorlogse woonwijk in het Berlageinstituut, Rotterdam met feedback van Kristian Borret, Julian Lewis en Joachim Declerck. Zie het verslag van Hans Teerds, Afscheid van het Masterplan. Of toch niet?

 

Download uitgebreide toelichting in Layout #10